Iedereen die een verhaal vertelt, wil onthouden worden. Dat wil jij als je in een bijeenkomst wat in brengt of gewoon in een gesprek met vrienden. ook organisaties die iets naar buiten brengen, willen dat mensen dit onthouden.  Als je je verhaal goed opbouwt, zou dat voor iedereen mogelijk moeten zijn. Dat is goed nieuws toch? Maar hoe doe je dat dan? Daar wil ik je in dit artikel meer over vertellen.

Ik las dit najaar het boek De Plakfactor. Het boek, geschreven door Chip en Dan Heath, staat vol met voorbeelden en onderzoeken die laten zien waarom sommige (broodje aap)verhalen heuse volkslegendes worden en  andere heel belangrijke informatie niemand bereikt. Ik neem je mee in vogelvlucht.

Vloek van kennis

Allereerst is het goed om je bewust te zijn van de “Vloek van Kennis”. Daarmee wordt bedoeld dat de kennis die je hebt je beeld kleurt. Bijvoorbeeld dat je er vanuit gaat dat iedereen wel snapt wat je zegt. In mijn geval is dat zo met de boekhouder als hij de jaarrekening komt laten zien. Voor hem is dit zo vanzelfsprekend en hij spreekt zoveel ondernemers die het wel snappen, dat hij ervan uit gaat dat ik het ook wel begrijp. En hoewel ik echt mijn best doe, hum ik vaak bevestigend, maar dansen de cijfers voor mijn ogen. Hoe anders zou zijn verhaal zijn als hij ervan uit gaat dat ik de informatie die hij mij gaat vertellen voor het eerst in mijn leven hoor.

Tikkers vs luisteraars

Om dit te illustreren vertelt het boek over een experiment waarin mensen een liedje moeten tikken op de tafel en iemand anders het moet raden. De ‘tikkers’ schatten in dat de helft van de mensen wel kan raden welk liedje ze tikken. In werkelijkheid raadde slechts 1 op de 40 mensen het liedje dat op de tafel werd getikt.  Dat voor jou iets vanzelfsprekend is, wil niet zeggen dat  dat voor jouw gesprekspartner/websitebezoeker/ volger op social media ook zo is.

Ideeën die blijven plakken

Ideeën die blijven plakken hebben de volgende dingen met elkaar gemeen:

  • zijn interessant,
  • zijn actiegericht,
  • makkelijk te onthouden,
  • hebben iets mysterieus,
  • hebben een onverwachte wending
  • hebben een persoonlijk verhaal.   

Verplaats je in de ander

Dat vraagt in elk geval om kennis over degene aan wie je jouw verhaal vertelt. Verdiep je in je doelgroep, een open deur, maar onmisbaar als je wilt dat de ander jouw verhaal onthoudt.

Uiteindelijk hebben de schrijvers van het boek er een mooi ezelsbruggetje van gemaakt. Een verhaal is een SUCCES dat:

  • S – Simplicity (eenvoudig): Ideeën moeten simpel en doordacht zijn. Het gaat om het strippen van ideeën naar één enkele zin, maar wel een zin die zo doordacht is dat mensen er een heel leven over na kunnen denken. Zie daar de kracht van oneliners. Miele, er is geen betere is er zo een. Of wat dacht je van “Ich bin ein Berliner?” van  president Kennedy.

    B

  • U – Unexpectedness (onverwacht): Goede ideeën doorbreken standaard denkpatronen. Mensen moeten verrast worden en uit de standaard verwachtingen worden getrokken. Centraal beheer deed dat heel leuk in hun reclames van “Even Apeldoorn bellen”.

  • C – Concreteness (concreet) – Ideeën, maar ook producten en diensten moeten concreet zijn.  Het gaat niet om de mooie woorden uit de missie en visie van een bedrijf. Maar wat is het effect van wat er in die visie staat op klanten of medewerkers. Als je zegt dat je als winkel de meest klantvriendelijke winkel wil zijn uit welke acties blijkt dit dan? Pak je dan ook een cadeautje in dat ergens anders is gekocht? Denk je eens in wat dat voor effect heeft op de klant. Wedden dat dat een keer ter sprake komt op een verjaardag?
  • C – Credibility (geloofwaardig) – Waarom  vertel ik dat de informatie die ik je hier leest uit een boek komt? Of waarom refereer  je aan een onderzoek als je je klant wilt overtuigen? Juist! Dat heeft te maken met geloofwaardigheid.  Deskundigen en onderzoeken worden volop en met succes ingezet om ervoor te zorgen dat verhalen beter blijven plakken.
  • E – Emotions (met gevoel) – Inspelen op het gevoel van de persoon. Iemand dwingen om met gedrag te stoppen werkt vaak averechts. Wijzen op de gevolgen van gedrag, bijvoorbeeld het effect op je uiterlijk of hoe je overkomt op anderen heeft veel meer effect. En als je bij aanbiedingen ziet staat dat “al 16.000 mensen hebben gebruik gemaakt van dit aanbod” of “Nog slechts twee dagen deze hoge korting” , heeft alles te maken met emoties.
  • S – Story (met een verhaal) –  Verhalen blijven beter hangen dan droge feiten. Verhalen die blijven hangen hebben vaak deze opbouw: er is een probleem/situatie/opdracht – wat ging er bijna fout- wie schoot te hulp – hoe heeft dit geholpen en hoe gaat het op dit moment.

Hulp nodig?

Hopelijk heb je wat aan de tips van Chip en Dan Heath en worden jouw verhalen steeds beter. Heb je hulp nodig? Dat is natuurlijk geen probleem. Factor D staat voor je klaar met raad en daad.

Kijk ook dit Engelstalige filmpje waarin de belangrijkste lessen uit het boek in een animatie worden samengevat.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *